WAT ZIJN DE OPTIES VOOR PATIËNTEN MET ERNSTIGE BIJWERKINGEN?

Bijwerkingenmanagement bij fluoropyrimidines

  • 7 min.
  • Beroepsuitoefening
  • Patiëntenzorg

Al meer dan een halve eeuw vormen fluoropyrimidines een hoeksteen van de behandeling van diverse typen (solide) tumoren. Bijwerkingen als hand-voetsyndroom, gastro-intestinale toxiciteit, beenmergdepressie en cardiotoxiciteit beperkten echter de toepassing ervan. Hoe hiermee om te gaan en wat kan het nieuwe middel S-1 hierin betekenen?

Fluoropyrimidines zijn, al dan niet in combinatie met andere medicijnen, een vaste kracht in de oncologie. Aanvankelijk als infuus toegediend in de vorm van 5-fluorouracil (5-FU) en sinds begin deze eeuw ook beschikbaar als een orale pro-drug die in het lichaam wordt omgezet tot 5-FU (capecitabine). Fluoropyrimidines kennen echter naast hun heilzame werking ook een schaduwkant: ze veroorzaken bij een deel van de patiënten ernstige tot soms levensbedreigende
bijwerkingen. Het gaat dan om cardiotoxiciteit als coronair spasmen, aritmieën en hartfalen, om beenmergdepressie en om gastrointestinale bijwerkingen als misselijkheid, braken, mucositis en diarree.

Verschillen in bijwerkingen

‘In geval van fluoropyrimidine-monotherapie wordt capecitabine doorgaans beter verdragen dan intraveneus 5-FU. Capecitabine heeft bovendien dikwijls de voorkeur bij patiënten van

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?