PATIËNTVEILIGHEID CHEMOTHERAPIE

Veiliger en doelmatiger behandelen met farmacogenetische test

  • 6 min.
  • Wetenschap

Oncologen zijn in toenemende mate geïnteresseerd in farmacogenetica en bloedspiegelcontrole, merken ziekenhuisapothekers dr. Maarten Deenen (Catharina Ziekenhuis) en dr. Jan Gerard Maring (Isala). ‘Dosisindividualisering op basis van gemeten spiegel is uiteindelijk waar we van dromen.’

Portretfoto (kleur) Maarten Deenen en Jan Gerard Maring
Dr. Maarten Deenen (links) en dr. Jan Gerard Maring
Beeld: Fluvius (foto links) en Ronald Lubbers, IJsselmedia

Patiënten screenen op DNA-varianten kan de toxiciteit van 5-fluorouracil en irinotecan terugdringen. Trage metaboliseerders kunnen dan een aangepaste dosering krijgen. Fenotypering aan de hand van de bloedspiegel biedt nog meer mogelijkheden om de veiligheid en effectiviteit te verhogen, en ook onderdosering te vermijden.
Een aantal chemotherapeutische middelen is voor de afbraak sterk afhankelijk van een specifiek enzym. Afhankelijk van de hoeveelheid en activiteit van dit enzym kunnen patiënten onderling behoorlijk variëren in de afbraaksnelheid. Bij een standaarddosering lopen trage metaboliseerders risico op torenhoge bloedspiegels van het chemotherapeuticum, met ernstige bijwerkingen tot gevolg. Zo is uit de literatuur bekend dat patiënten vier tot vijf keer meer risico lopen op neutropenie en ernstige diarree bij gebruik van irinotecan als zij een mutatie in het UGT1A1-gen hebben. Dit gen codeert voor het gelijknamige enzym UGT1A1 (uridine-glucuronosyltransferase 1A1) dat

Maak een gratis account aan en krijg toegang tot alle artikelen

Account aanmaken

Heeft u al een account?